Ventilatie

Ventilatie of luchtverversing is het vervangen van de lucht in een ruimte, die om wat voor reden dan ook vervuild of verontreinigd is, door zuivere lucht. Het vervangen van de lucht kan op natuurlijke of mechanisch manier gebeuren of door, zoals hieronder genoemd, ongecontroleerde en gecontroleerde ventilatie.
 
Ventilatie is noodzakelijk voor een gezond binnenklimaat in ruimten waar mens of dier verblijven, en gebeurt door koolzuurgas, vocht en verontreiniging af te voeren en verse lucht aan te voeren. De luchtverontreiniging kan van verschillende aard zijn (bv. sigarettenrook, bacteriën en schimmelsporen, chemische stoffen, stof, geurstoffen). De noodzakelijke hoeveelheid te verversen lucht (het debiet) hangt af van de productie van vocht, koolstofdioxide (CO2) en verontreiniging en de aard van de verontreiniging, en van het aantal mensen of dieren die in die ruimten verblijven. Voor scholen, kantoren, ziekenhuizen en woningen gelden daarom verschillende normen. In België is sinds het EPB-decreet de ventilatie aan normen onderworpen in Nederland stelt het Bouwbesluit de normen per gebruiksfunctie.
 
Spuiventilatie of luchten is niet hetzelfde als de hier genoemde ventilatie, maar heeft ten doel in korte tijd sterk verontreinigde binnenlucht af te voeren of te spuien. Dit kan worden bereikt door ramen en/of deuren tegen elkaar open te zetten. Deze manier van ventileren is eveneens in het Bouwbesluit vastgelegd. NEN 1087 geeft aan hoe e.e.a. berekend moet worden.



Ongecontroleerde ventilatie
Bij de meeste woningen gebeurt de ventilatie in meerdere of mindere mate ongecontroleerd (infiltratie / exfiltratie), het ventilatiedebiet kan niet ingesteld worden. Doordat de wind in kieren en spleten waait ververst de lucht. Dit zorgt in vele gevallen voor overbodige ventilatie, een onaangenaam binnenklimaat en dus ook voor overbodige warmteverliezen. Men kan dit verminderen door tijdens het bouwen en onderhoud aandacht te besteden aan luchtdichtheid. Meestal wordt daarvoor een dampscherm geplaatst tegen de isolatie. Men dient rekening te houden met de vochthuishouding: als de warme vochtige binnenlucht kan doordringen tot in de isolatie zal deze lucht afkoelen naarmate de buitenmuur benaderd wordt, waardoor er condensatie optreedt die de isolatiewaarde weer doet verminderen en is een dampdichte laag op zijn plaats zo het damptransport te verminderen. Om dit makkelijker te onthouden zijn de damp-remmende folies meestal rood (warm; binnenkant) en de damp-open folies blauw.
 
Gecontroleerde ventilatie
Bij gecontroleerde ventilatie is het debiet (hoeveelheid lucht per tijdseenheid) instelbaar.
 
Natuurlijke ventilatie
Natuurlijke ventilatie vindt plaats via roosters in ramen en gevels, verder via geopende ramen of via af- en toevoerkanalen. Door het meer of minder openen of sluiten van deze roosters en ramen is het mogelijk de natuurlijke ventilatie naar behoefte te regelen. Deze methode is nog steeds de meest gezonde omdat de verse lucht rechtstreeks in de leefruimtes wordt toegevoerd. Dit systeem heeft ook een positieve invloed op de EPC-berekeningen omdat het geen elektrische energie verbruikt. Daarentegen gaat meer warmte (energie) verloren dan bij balansventilatie met warmteterugwinning.
 
Mechanische ventilatie
Het debiet kan geregeld worden door een ventilator met instelbaar toerental, de snelheid van een ventilator kan geregeld worden door een sensor. Het meest voorkomend zijn de sensoren die de concentratie CO2 of de relatieve vochtigheid meten, vergelijken met een ingestelde waarde en zo de ventilator aan of uitschakelen. De regeling op basis van CO2-meting werkt in de meeste gevallen beter omdat deze concentratie beter de 'versheid' van de lucht beoordeeld. Dit wordt een VAV (variabel volume systeem) genoemd.
 
Vier types
Voor het ventileren van een woning wordt onderscheid gemaakt tussen vier verschillende vormen van ventilatie, type A, B, C en D.

Type A: natuurlijke ventilatie
Bij deze vorm van ventileren verlopen zowel de toevoer van verse lucht als de afvoer van vervuilde lucht zonder ventilatoren. De aan- en afvoer worden bepaald door:
  • Temperatuurverschillen tussen vertrek en buitenlucht. De natuurlijke warmtecirculatie werkt in de winter aanzienlijk beter dan in de zomer waardoor ramen in de winter veel minder ver openstaan dan in de zomer.
  • Drukverschillen tussen vertrek en buiten. Als er wind op het raam of rooster staat zal de ventilatie sterk toenemen. Open deuren en ramen aan de lijzijde van het betreffende vertrek hebben een versterkend effect.
  • Natuurlijke ventilatie heeft voor- en nadelen. Een groot voordeel is dat de menging tussen aangevoerde en afgewerkte lucht bijna altijd goed is. Ook kan men in geval van calamiteiten luchtverontreiniging buiten het huis houden. Nadeel van het systeem is de beperkte controle die men heeft over de aan- en afvoer van lucht. Op warme zomerdagen werkt natuurlijke ventilatie niet voldoende, tijdens koude perioden werkt hij juist te goed en ontstaat er tocht. Ramen worden dan gesloten met als resultaat onvoldoende frisse lucht. Het probleem is te ondervangen door extra roosters te plaatsen; daarmee is in elk jaargetijde een adequate ventilatieregeling mogelijk.
Type B: toevoer met ventilatoren
Bij het systeem B wordt verse lucht met behulp van ventilatoren in de woning gepompt langs aanvoeropeningen in leefruimten, slaapkamers, burelen, etc... De vervuilde lucht wordt zo gedwongen om de woning via de afvoeropeningen in de vuile ruimten te verlaten. De afvoeropeningen monden uit in een kanaal, dat net zoals bij het type A, boven de nok van het dak uitsteekt.
 
Systeem B wordt tegenwoordig niet meer toegepast, omdat het namelijk duurder dan de andere systemen is. Dit komt doordat systeem B twee kanalenstelsels nodig heeft.
 
Type C: afzuiging met ventilatoren
Een ventilatiesysteem van het type C zal de vervuilde lucht via afvoerroosters in o.a. toiletten, badkamers, douchecellen, bergingen en keukens uit de woning zuigen en afvoeren naar buiten. Door de onderdruk die hierdoor gecreëerd wordt, wordt verse lucht via raamroosters de woning binnengebracht. Intern in de woning wordt de lucht tussen de kamers getransporteerd via roosters in deuren, of via een opening onder de deuren. Meestal wordt een bedieningsschakelaar in de keuken geplaatst, waarbij men keuze heeft tussen laagstand, middenstand en hoogstand. De ventilatie wordt nooit uitgezet.
 
Type D: balansventilatie
Ventilatie van het type D, wordt ook balansventilatie genoemd. Het systeem is gebaseerd op het creëren van een evenwicht tussen aan- en afvoer van lucht in de woning. Over het algemeen wordt op de zolderverdieping een zogenaamde ventilatiebox voorzien, die de afvoer van vervuilde lucht, en de aanvoer van verse lucht voor zijn rekening neemt. In de ventilatiebox zijn aparte energiezuinige ventilatoren voor aanvoer en afvoer voorzien. Vervuilde lucht wordt verwijderd via afvoerroosters in de badkamer, douche, keuken, toilet. Simultaan levert de groep via een kanaal dat in verbinding staat met de buitenlucht, verse lucht aan in lokalen zoals de leefruimte, slaapkamer en bureel. Gebalanceerde ventilatie wordt vrijwel altijd met een WTW-toestel (warmteterugwinning) toegepast. Zo wordt tot 90% van de warmte die zich in de vervuilde lucht bevindt, teruggewonnen (gerecupereerd) en terug in de woning gebracht.
 
Klachten
Gebalanceerde ventilatie met een WTW is vooral onder druk van de strengere EPN (NL) en EPB (Be) vanaf het jaar 2000 populair geworden. In de hoogtijdagen in 2003/2004 had systeem D -volgens de toenmalige stichting HR-ventilatie- in Nederland een marktaandeel van bijna 50 procent. Door slecht ontwerp en ondermaatste uitvoering zijn de laatste jaren veel klachten over gebalanceerde ventilatie ontstaan met als voorbeeld de Vinex-wijk Vathorst bij Amersfoort. Uit onderzoek van GGD bleek dat de woningen onvoldoende werden geventileerd, wat tot gezondheidsklachten zou kunnen leiden. Dezelfde mankementen werden ook geconstateerd bij systeem C.
 
Luchttoevoer en menging
Bij alle ventilatie, maar speciaal bij mechanische ventilatie worden twee zaken vaak vergeten:
  • De aanvoer van frisse lucht: er moeten altijd voldoende toevoerroosters open staan. Bij onvoldoende aanvoer kan lucht uit kruipruimtes e.d. worden aangezogen die meestal van slechte kwaliteit is. Bij aanwezigheid van open verbrandingstoestellen (geiser, gaskachel) kan tevens koolmonoxide ontstaan.
  • De menging van frisse lucht met de lucht in het vertrek is een absolute noodzaak.
  • Dat betekent dat aanvoer- en afvoerroosters niet vlak bij elkaar geplaatst moeten worden. Ook is afvoer van lucht via een opening onder de deur niet aan te bevelen, en wel om twee redenen.Verse (meestal koude) lucht beneden in het vertrek mengt van nature slecht met de warme afgewerkte lucht boven, waardoor de afvoer van vocht en afvalstoffen inefficiënt verloopt. Het resultaat is een vertrek waar het nooit fris ruikt hoewel er ramen en roosters open staan. De ruimte zal ook eerder vochtig zijn met alle gevolgen van dien.
  • Het klimaat in de ruimte is niet optimaal. In de winter zorgt de ongemengde buitenlucht voor een koude vloer hetgeen de gehele ruimte koud doet aanvoelen. Extra verwarming moet dit compenseren. Tijdens zomerse warmteperiodes wordt de warme vochtige lucht slecht afgevoerd en zal het vertrek onaangenaam heet zijn. Bij slaapkamers is dat een nadeel.
Vocht, warmte en ventilatie
Muren laten geen lucht door, maar wel vocht en warmte. Bovendien kunnen ze grote hoeveelheden vocht en warmte opslaan, afhankelijk van materiaal en dikte. De opslagcapaciteit voor zowel vocht als warmte is gewoonlijk honderden malen groter dan die van de lucht in huis. Waar lucht alleen wordt uitgewisseld via ventilatie, vinden aan- en afvoer van vocht en warmte grotendeels plaats door diffusie.
 
De hoeveelheid waterdamp die er in de lucht kan zitten varieert met de temperatuur. Hoe warmer de lucht, hoe meer vocht die kan bevatten, en bij hogere temperaturen neemt de opslag van vocht in lucht steeds sterker toe. In huis kan de lucht vrij bewegen, de circulatie zorgt dat de mengverhouding (gram waterdamp per m3 lucht) overal gelijk wordt. In koude vertrekken echter kan de lucht minder damp bevatten waardoor de relatieve vochtigheid daar hoog is. Teveel vochtproductie in warme vertrekken kan in op koude plekken problemen geven, ook als de lucht in de warme kamer droog aanvoelt.
 
De relatieve vochtigheid is de diverse vertrekken zal door de muren constant worden gehouden; veranderingen vinden maar langzaam plaats. Snel even luchten zal geen effect hebben. Een slechte vochtbalans komt pas na verloop van tijd aan het licht. De gevolgen verschijnen vaak op een heel andere plek als de bron van de problemen, en de schade kan groot zijn en het effect langdurig vanwege de tijd en de hoeveelheid vocht die mee gemoeid is. Voorkomen van problemen is hier het devies.
 
Voor goede afvoer van vocht enkele richtlijnen:
  • Voer het vocht zo mogelijk af bij de bron, bv. boven het fornuis. De afvoer gaat daar efficiënt en met veel minder energieverlies dan bij ventilatie.
  • Zorg bij een hoge vochtigheid in huis voor constante ventilatie en houd het niveau altijd voldoende hoog. De muren bevatten veel vocht, maar geven dat slechts geleidelijk af.
 

Terug naar kennisbox