Dakbeveiliging

Inmiddels welbekend is dat de Arbowet stelt dat bij alle werkzaamheden waarbij valgevaar op een hoogte van meer dan 2,5 meter (Arbeidsomstandighedenbesluit 3.16), ter voorkoming van valgevaar, adequate voorzieningen dienen te worden aangebracht. Wie is er verantwoordelijk voor het aanbrengen van deze voorzieningen, en voor de gebouweigenaar wellicht interessanter: wie is kan er aansprakelijk worden gesteld mocht een ongeval plaatsvinden?

Bij een eenvoudige opdracht zijn doorgaans drie partijen betrokken:
  1. De gebouweigenaar (hier tevens: opdrachtgever)
  2. De werkgever (hier tevens: opdrachtnemer)
  3. De werknemer
Kort door de bocht is de werkgever, vanuit de arbeidsomstandighedenwet, de hoofdverantwoordelijke voor zijn uitvoerend personeel. In eerste instantie speelt de gebouweigenaar hierin geen rol van betekenis, tenzij de gebouweigenaar eigen (onderhouds)personeel in dienst heeft. Hij is dan naast opdrachtgever tevens werkgever en dient zorg te dragen voor veilige arbeidsomstandigheden voor zijn personeel, bijvoorbeeld door het aanbrengen van (tijdelijke) dakrandbeveiliging, het plaatsen van een valbeveiligingssysteem en / of het ter beschikking stellen van afdoende persoonlijke beschermingsmiddelen.



Wet- en Regelgeving omtrent de gebouweigenaar
Indien de gebouweigenaar voor het uitvoeren van de werkzaamheden gebruik maakt van een derde partij, is het echter niet zeker dat de gebouweigenaar 100% gevrijwaard is van een claim naar aanleiding van een arbeidsongeval. Voor een gebouweigenaar zijn de onderstaande wetsartikelen van toepassing.
 
De Woningwet
Artikel 1a, Lid 1
De eigenaar van een bouwwerk, standplaats, open erf of terrein
of degene die uit anderen 
hoofde bevoegd is tot het daaraan
treffen van voorzieningen draagt er zorg voor dat als gevolg van de staat van dat bouwwerk, die standplaats, dat open erf ofterrein geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt.
 
Het Burgelijk wetboek
Boek 6, Artikel 162, Lid 1 t/m 3 
  1. Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.
  2. Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.
  3. Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens dewet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.
Boek 6, Artikel 174, Lid 1 en 2 (deels)
  1. De bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor gevaar voor personenof zaken oplevert, is, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt,aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend.
  2. Bij erfpacht rust de aansprakelijkheid op de bezitter van het erfpachtsrecht.
Uit Artikel 1a uit de Woningwet blijkt dat de gebouweigenaar verantwoordelijk is voor een veilig omgeving in, op en om zijn gebouw. Indien door het uitblijven van deze veilige omgeving schade ontstaat aan derden (voorbeeld: een arbeidsongeval), dan kan de gebouweigenaar op zijn verantwoordelijkheid worden aangesproken en voor een onrechtmatige daad (Burgerlijk wetboek, Artikel 162) aansprakelijk worden gesteld conform het Burgerlijk Wetboek Artikel 174.
 
CE Normening of niet?
Indien zich op een gebouw een permanent valbeveiligingssysteem bevindt of wordt aangebracht, is de gebouweigenaar verantwoordelijk voor het goed functioneren hiervan (Artikel 174, Boek 6 Burgerlijk Wetboek). Bij veel valbeveiligingssystemen bestaat een garantieregeling van, mits het systeem periodiek wordt geïnspecteerd door een bevoegd persoon. Voor veel systemen is een dergelijke periodieke inspectie zelfs verplicht. De verantwoordelijkheid voor het systeem wordt hiermee voor een groot deel verlegd naar de leverancier / producent.
 
Daarnaast zijn ook valbeveiligingssystemen op de markt waarvan de leverancier / producent geen eisen stelt aan onderhoud of inspectie. In enkele gevallen wordt dit als verkoopargument (lage onderhoudskosten) naar voren gebracht. Het is voor de gebouweigenaar belangrijk om zich te realiseren dat hij, in het geval van een niet onderhouden veiligheidsvoorziening, direct de hoofdverantwoordelijke is voor ongeval veroorzaakt door een falend valbeveiligingssysteem. Hij zal dan zelf aan moeten tonen dat de verantwoordelijkheid niet bij hemzelf ligt, maar bij (bijvoorbeeld) de installateur of producent.
 
Persoonlijke beschermingsmiddelen (kortweg: PBM) dienen conform de Europese Richtlijn 89/686/EEG te worden goedgekeurd en te worden voorzien van een CE-markering. Conform NEN-EN 365 en voorgenoemde Europese richtlijn dienen zogeheten “klasse 3” PBM, dit zijn PBM ter voorkoming van ernstig letsel, jaarlijks te worden gekeurd.
 
Sinds enkele jaren is (in Nederland) de discussie gaande of valbeveiligingssystemen vallen onder voorgenoemde (Europese) richtlijnen en dan met name of er de verplichting bestaat om de systemen te voorzien van een CE markering. Totdat de Europese Raad hierover een uitspraak heeft gedaan, hanteert het Instituut voor Dakveiligheid de regel dat alle maatregelen welke worden aangebracht en/of gebruikt ter voorkomen van valgevaar, vallen in de categorie persoonlijke beschermingsmiddelen welke voorzien dienen te zijn van een CE-markering conform 89/686/EEG. Daarnaast dienen de arbeidsmiddelen te voldoen aan de voor hen geldende NEN (of EN) normeringen (voorbeeld: de NEN-EN 795 voor ankeringspunten).
 
Bron

Terug naar kennisbox